filosofie van kinderen

naar de welkom pagina naar kinderen leren filosoferen Naar Pim en Frits naar democratisch burgerschap naar delphi onderzoek naar rob bartels naar meer literatuur en websites  
welkom filosoferen kinderen democratie delphi rob meer  
contact met rob bartels laatst gewijzigd: 24-07-2008  
               
De Filosofie van het Kind

Hoe denken kinderen over filosoferen, hun eigen denken en dat van volwassenen?

Hiernaast kun je lezen hoe Ryan en Maureen uit Hazerswoude daarover denken.

lees ook:

Is filosoferen democratisch?
Zes kinderen uit Dordrecht vertellen over het filosoferen op hun school.

Monsters tekenen, dat helpt bijna niets!
Zes kinderen uit Boskoop over het kind!

Felix en Sofie

Ryan van der Zwet en Maureen Koek voor het filosofisch cafť Felix en Sofie op dinsdag 13 december 2005 in de Plantage in Amsterdam

Is filosoferen door kinderen anders dan filosoferen door volwassenen? 

MAUREEN: Wij willen het hebben over de vraag of filosoferen door kinderen anders is dan filosoferen door volwassenen. Ik denk dat volwassenen denken in wat echt is en dat kinderen meer hun fantasie erin kunnen gebruiken. Kinderen fantaseren niet alleen, maar ze fantaseren meer, en ze fantaseren ook als ze filosoferen. Volwassenen denken veel meer in wat echt zou kunnen.

RYAN: Dat is wel zo voor gewone mensen, maar filosofen gebruiken wel hun fantasie. Mensen die niet filosoferen die hebben het alleen maar over feiten. Ze denken in alles wat kan.

MAUREEN: Kinderen en filosofen kunnen ook denken in dingen die wel zouden kunnen maar niet bestaan, of in dingen die nog niet echt bestaan. Dat is volgens mij fantasie: dingen bedenken die wel zouden kunnen, maar niet echt bestaan.

RYAN: Ik vind het heel leuk om over dingen te denken die niet bestaan, maar wel uitgevonden kunnen worden. Ik vind het leuk om daarover te filosoferen. Bijvoorbeeld over een machine die zelf rijdt en dingen pakt. Als ik moe ben en ik lig op de bank dan zeg ik tegen die robot pak even een fles water.

MAUREEN: Ik vind het wel handig om een auto te hebben waar je tegen zegt waar die heen moet rijden en dat die dat dan doet.

RYAN: Dan moet je wel heel veel vertrouwen in zoín auto, in zoín machine hebben. Je kunt eerder een mens vertrouwen dan een machine. Ik zou mijn leven niet aan een machine overlaten, hoe zeg je dat: ik zou mijn leven niet in de handen van een machine leggen. Ik vind dit leuk om over na te denken. Volwassenen zullen dat niet zo snel doen. Die denken eerder de auto is zo wel goed en ze denken niet dat het nog kan verbeteren.

MAUREEN: Ze kunnen het wel bedenken, maar ze zeggen dat gebeurt nooit en dat kunnen mensen toch niet maken.

RYAN: Wij kinderen kunnen eerder geloven dat er nieuwe dingen komen want wij hebben niet geleeft in tientallen jaren terug, wij zijn dit gewend.

MAUREEN: Wij komen soms ook op goede ideeŽn door vragen te stellen. Doordat volwassenen minder vragen stellen dan wij, omdat ze denken dat ze al die dingen al begrijpen en weten komen ze minder snel op van die ideeŽn.

RYAN: Nou, daar ben ik niet mee eens, want ik denk dat volwassenen denken van dat zou niet kunnen, doordat zij een leven hebben meegemaakt waar televisies zeldzaam waren en veel dingen niet waren uitgevonden 

MAUREEN: Het heeft natuurlijk ook wel een beetje te maken met fantasie, door die fantasie kunnen wij makkelijker nieuwe dingen bedenken.

RYAN: Je fantasie moet ook weer niet te groot zijn. Als je een hele grote fantasie hebt, dan zit je vaak te dagdromen en denk je dat zou kunnen en dat zou kunnen, maar als je niet zoín hele grote fantasie hebt dan kun je een beetje bij blijven. Ik gebruik mijn fantasie alleen als het moet, als ik het wil. Als ik niet wil blijf ik er gewoon bij.

MAUREEN: Je kunt toch niet teveel fantasie hebben.

RYAN: Als je zoveel fantasie hebt dat je de hele dag zit te dagdromen dan heb je teveel fantasie.

MAUREEN: Gebeurt dat dan wel eens?

RYAN: Nee, niet de hele dag maar ik ken iemand die er heel vaak niet bij is.

MAUREEN: Maar is dat dagdromen dan hetzelfde als fantasie, zit hij de hele dag te fantaseren?

RYAN: Dat kan ik niet voor hem zeggen, maar volgens mij heeft hij een hele grote fantasie. Hij kan heel veel dingen bedenken die wel zouden kunnen maar niet echt bestaan.

MAUREEN: Eigenlijk niet, soms fantaseer je anders dan anders, soms fantaseer je dat er draken en heksen zijn en die ja die zouden kunnen bestaan. Ik dacht vroeger ook altijd dat er heksen en reuzen in het huis zaten. Die kleintjes, kleine kleuters die denken dat nog wel, die hebben wel meer fantasie dan wij.

RYAN: Ik denk dat het bij de meeste kinderen is: hoe jonger je bent hoe meer fantasie je hebt. Hoewel kinderen verschillend zijn. Kleuters geloven in hun fantasie, en wij niet, wij hebben wel fantasie over draken maar we weten dat ze niet bestaan. Als kleine kinderen zeker weten dat draken bestaan, is dat dan fantasie? Geloven en weten is iets anders. Als je zoals kleuters gelooft dat draken bestaan is het eigenlijk geen fantasie. Wij vinden dat fantasie, maar voor henzelf is het dat niet.

MAUREEN: Wij kunnen ook onze fantasie gebruiken en dan toch in de realiteit blijven. Wij op school fantaseren wel eens of er later alleen nog robots kunnen zijn, maar daarna ga je dan denken of dat wel kan. Wij weten ook een heleboel dingen nog niet, daar moeten we over filosoferen, omdat we dat nog niet precies weten. Als je ouder bent en je gaat filosoferen dan heb je meer ervaringen, je hebt meer gedaan. Er zit een verschil tussen filosoferen van volwassenen en kinderen. Volwassenen hebben meer ervaring. Wij hebben laatst gefilosofeerd over robots en toen kwamen we op een autofabriek. Alleen we wisten niet precies hoe het daar aan toe gaat. Sommige volwassenen weten dat wel omdat ze daar bijvoorbeeld gewerkt hebben. Dus wij moeten eerst nog filosoferen over hoe het in een autofabriek te werk gaat, voordat we gaan filosoferen over een ander ding.

RYAN: Bedoel je nu dat je moet filosoferen omdat je het nog niet weet. Is het dan niet alleen maar fantaseren?

MAUREEN: Bij filosoferen moet je wel denken aan wat er in het echt zou kunnen. Je filosofeert of draken kunnen bestaan, je gaat wel fantaseren over draken, maar dan moet je wel in het echt blijven over of het wel zou kunnen. Filosoferen is eigenlijk nieuwe ideeŽn bedenken en dan kijken of het kan kloppen. Om nieuwe ideeŽn te kunnen bedenken heb je fantasie nodig. Dat kunnen volwassenen veel minder goed. Doordat ze al zoveel weten, gebruiken ze hun fantasie minder. Ze leren het af, omdat ze meer weten dat iets niet kan

RYAN: Bijna alles groeit, je leert meer, maar je fantasie wordt niet groter, en dat valt op in vergelijking met kinderen.

MAUREEN: Mensen van 100 jaar geleden konden niet bedenken hoe de wereld van nu eruit zou zien. Er moet iets zijn wat erop lijkt om te kunnen bedenken dat er iets anders van zou kunnen komen. Je kunt niet iets bedenken dat nergens op lijkt. Er zijn al zoveel spullen. Het lijkt altijd wel ergens op.

RYAN: Dat ligt eraan hoe groot je het verschil wilt hebben. Je hebt BV. Een wijn glas en een fles, dan vind ik dat dat niet op elkaar lijkt, het enige is dat je er allebei doorheen kan kijken en er uit kan drinken. Maar iemand die daar heel nauwkeurig in is, vindt het misschien een klein verschil, omdat je er doorheen kan kijken. Of je iets een verschil vindt gaat niet over feiten, maar over meningen. Iemands mening kan zijn dat ik groot ben of dat ik klein ben, dat hangt af van hoe groot jezelf bent. Of je vindt dat iets ergens op lijkt is altijd een mening.

MAUREEN: ja daar ben ik het wel mee eens, maar wat is nou het verschil tussen het filosoferen van kinderen en het filosoferen van volwassenen.

RYAN: Nou, grote mensen zeggen het alleen ingewikkelder en anders dan wij, denk ik. Maar denken jullie echt anders dan wij? (de zaal in kijken) Denken jullie nu anders dan je als kind deed?

MAUREEN: Omdat wij kinderen zijn kunnen wij met deze vraag minder ver komen dan volwassenen die kunnen spreken uit wat ze echt meegemaakt hebben.

RYAN: Ik denk dat volwassenen niet meer weten wat ze als kind dachten. Ik denk dat ze dat niet altijd meer kunnen terughalen.